Indicatie/techniek

Een echo scrotum onderzoek wordt aangevraagd als er een verdenking is op pathologie. 
Hierbij moet je met name denken aan:

  • Palpabele zwellingen
  • Pijn 
  • Asymmetrie 
  • Trauma
 

Het echo-onderzoek is een veilige en snelle manier om onderscheid te maken tussen verschillende soorten pathologie. De pathologie kan variëren van iets onschuldigs (bijv. een hydrocéle) tot een spoedindicatie (torsio testis). De patiënten worden in een liggende positie onderzocht. Met een transducer (= echokop) wordt het scrotum transversaal (fig. 1) en sagittaal (fig. 2) beoordeeld. 

Techniek echo scrotum in het transversale vlak.

Figuur 1. Techniek echo scrotum in het transversale vlak. 

Techniek echo scrotum in het sagittale vlak.

Figuur 2. Techniek echo scrotum in het sagittale vlak. 

Door de transducer te verschuiven en te draaien wordt elk gedeelte van het scrotum systematisch bekeken. Bij het kantelen van de transducer blijft de transducer op dezelfde plaats en wordt alleen de geluidsbundel van richting veranderd. Op deze manier kan in cranio-caudale richting (= transversale vlak) en in de links-rechts richting (= sagittale vlak) gescand worden. 

 

Belangrijk: de locatie en richting  van de transducer op de huid van de patiënt bepaalt uiteindelijk wat voor/achter en links/rechts is op het verkregen beeldmateriaal. Over het algemeen geldt bij echo scrotum (zoals bij andere echo onderzoeken) in het transversale vlak (fig. 3)

  • De bovenkant van het echobeeld is de anterieure zijde en de onderkant is de posterieure zijde. 
  • Links op het echobeeld is in werkelijkheid  rechts en visa versa.  Je kijkt als het ware onderaf tegen het lichaam aan (net zoals bij een transversale coupe van een CT-scan).

Klik voor overlay

Echo scrotum; transversaal beeld van de rechter testis.
Echo scrotum; transversaal beeld van de rechter testis.

Figuur 3. Transversaal beeld van de rechter testis.

Over het algemeen geldt bij echo scrotum in het sagittale vlak (fig. 4):
– De bovenkant van het echobeeld is de anterieure zijde en de onderkant is de posterieure zijde.
– De rechterkant op het echobeeld is het voeteinde (= caudaal) en de linkerkant is het hoofdeinde (= craniaal).

Klik voor overlay

Echo scrotum; sagittaal beeld van de rechter testis.
Echo scrotum; sagittaal beeld van de rechter testis.

Figuur 4. Sagittaal beeld van de rechter testis.

De beelden kunnen tijdens het onderzoek direct afgelezen worden op het beeldscherm. Oriëntatie tip bij het live bijwonen van een onderzoek: de bovenkant van het beeld is de plek waar de geluidsgolven als eerste binnenkomen in de patiënt. De bovenkant is dus altijd, ongeacht van de positie en draaiing, de huid-kant. 

 

Echografie werkt met geluidsgolven, deze worden in het lichaam teruggekaatst, afgebogen of geabsorbeerd. De teruggekaatste geluidsgolven produceren het uiteindelijke echobeeld. Hoe meer geluidsgolven gereflecteerd worden hoe echorijker/hyperechogener (= witter) het weefsel afgebeeld wordt. Bij verminderde reflectie zal het beeld echoarmer/hypo-echogener zijn en bij afwezige reflectie anechogeen (= zwart) zijn (fig. 5).

Echogeniciteit; hyperechogeen, iso-echogeen, hypo-echogeen en anechogeen.

Figuur 5. Echogeniciteit met de bijpassende termen.

De geluidsnelheid door het weefsel, de dichtheid en de structuur van het weefsel beïnvloeden het uiteindelijk verkregen echobeeld. Weefsel met een hoge dichtheid genereerd bijvoorbeeld relatief veel echoreflecties (o.a. bot/kalk) en zal hyperechogeen worden afgebeeld. Vocht reflecteert geen geluidsgolven en is daardoor anechogeen (= zwart). Zacht weefsel (o.a. organen) bevinden zich ergens tussen hyperechogeen en anechogeen. Iso-echogeen: weefsel met een gelijke echogeniciteit t.o.v. het omliggende weefsel.