Vetsuppressie

Het onderdrukken van vetweefsel is een van de vele mogelijkheden die ingezet kan worden bij een MRI sequentie. Bij vrijwel alle abdomen MRI onderzoeken is het gewenst het signaal van vetweefsel te onderdrukken. De gecreëerde lage signaalintensiteit van vet geeft hierdoor een groter contrast met de vaten & pathologie (hoge signaalintensiteit!). Ook bij het afbeelden van het skelet kan het handig zijn een sequentie te maken met vetsuppressie. Beenmerg is namelijk vethoudend en kan op een T2 gewogen opname beenmergoedeem maskeren. Er zijn meerdere technische mogelijkheden om het vetweefsel te onderdrukken. Een veelgebruikte sequentie is de STIR (short-tau inversion recovery) sequentie en de SPIR (spectral pre-saturation inversion recovery) sequentie. Beide zijn T2 gewogen opnames. 


Je kan de vetsuppressie ook herkennen aan de afkorting FatSat, dit staat voor Fat Saturation (bijv. T2wFatSat)Tip: je herkent de vetsuppressie gemakkelijk door naar het subcutane vet te kijken (fig. 19). Als deze laag van signaal is dan heb je te maken met een vetsuppressie sequentie. De techniek kan ‘als extra’ toegepast worden bij zowel een T1, T2 als PD gewogen opname.

Klik voor overlay

STIR sequentie in transversale richting van de bovenbenen.
STIR sequentie in transversale richting van de bovenbenen.

Figuur 19. STIR sequentie in transversale richting van de bovenbenen. Merk ook op dat er een fraaie contrastering ontstaat met de vaten (vocht!).