Abdominale bloeding

Intra-abdominale bloedingen kunnen optreden bij verschillende situaties, bijvoorbeeld na een trauma of operatie. Bloedingen ook ‘spontaan’ optreden, bijvoorbeeld bij divertikels, aneurysma, antistolling, tumor etc. Bij een verdenking op een bloeding wordt doorgaans in eerste instantie een CT verricht. Er wordt na intraveneuze contrast toediening altijd in meerdere fasen gescand: fase waarbij alleen de arteriën zijn gevuld met contrast (arteriële fase), fase waarbij de parenchymateuze organen homogeen aankleuren (portaalveneuze fase, later dan de arteriële fase). Een arteriële bloeding is te zien als contrast dat uit de vaten treedt in de arteriële fase (contrast extravasaat/blush), en toeneemt in de portaalveneuze fase (fig. 16). Meestal wordt ook van te voren een blanco scan gedaan om onderscheid te kunnen maken tussen een abdominale verkalking of iatrogeen ingebracht materiaal en daadwerkelijk contrast extravasaat.

Klik voor overlay

Patiënt met een groot abdominaal hematoom na een cardiale angiografie; contrast extravasaat/blush op CT onderzoek.
Patiënt met een groot abdominaal hematoom na een cardiale angiografie; contrast extravasaat/blush op CT onderzoek.

Figuur 16. Patiënt met een groot abdominaal hematoom na een cardiale angiografie. De bloeding komt uit een tak van de rechter a. epigastrica inferior (mogelijk heeft een voerdraad voor vaatletsel gezorgd). CT onderzoek in de arteriële en portale fase. Maximum Intensity Projection (MIP) reconstructies van een transversale coupe op het niveau van de a. iliaca externa (AIE). Er is een duidelijk contrast extravasaat/blush te zien welke toeneemt in de portale fase.

Bloedingen kunnen optreden naar de vrije buikholte, in een parenchymateus orgaan of in een hol orgaan cq tractus digestivus. De toestand van de patiënt kan heel erg wisselen, van volledig stabiel met weinig klachten tot dreigende shock. Indien de toestand van de patiënt het toelaat kan via een endovasculaire ingreep de bloeding verholpen worden (emboliseren). Zoals bij de meeste ingrepen is de toegang in principe de AFC. Er wordt een sheath ingebracht waardoor de voerdraad en katheter worden gemanoeuvreerd naar de plaats van bloeding. Eenmaal daar aangekomen kan geemboliseerd worden met bijvoorbeeld coils, gelfoam of kleine partikels. Coils zijn korte draadjes metaal die opkrullen zodra ze uit de hoes of katheter komen. Buiten dat ze door hun vorm al de bloedstroom blokkeren zijn ze ook nog gecoat met materiaal dat extra trombogeen werkt. Hierbij is het uiterst belangrijk om zowel proximaal als distaal van de bloeding coils te plaatsen (fig. 17a/b).

Klik voor overlay

Contrast extravasaat/blush in een tak van a. epigastrica inferior.
Contrast extravasaat/blush in een tak van a. epigastrica inferior.

Figuur 17a. Het betreft dezelfde patiënt als bij figuur 16. Angiografie van de rechter a. iliaca externa (AIE).

Contrast extravasaat/blush in een tak van a. epigastrica inferior. AFC = a. femoralis communis.

Klik voor overlay

Selectieve katheterisatie van a. epigastrica inferior. Vervolgens worden er coils in alle naburige arteriële takken achtergelaten.
Selectieve katheterisatie van a. epigastrica inferior. Vervolgens worden er coils in alle naburige arteriële takken achtergelaten.

Figuur 17b. Selectieve katheterisatie van a. epigastrica inferior.

Vervolgens worden er coils in alle naburige arteriële takken achtergelaten.

AIE = a. iliaca externa. AFC = a. femoralis communis.

Indien alleen proximaal coils worden geplaatst bestaat namelijk een grote kans dat de bloedstroom aan de distale zijde zich op den duur omdraait en de bloeding kan recidiveren. Als dit gebeurt dan is het zeer moeilijk om opnieuw op de plek van de bloeding te komen want het proximale deel is immers al gecoild!