Indicatie/techniek

De X-knie is een veel aangevraagd onderzoek, met name op de Spoedeisende Hulp. Het onderzoek wordt hoofdzakelijk ingezet voor het aantonen/uitsluiten van een fractuur. Een andere veel gestelde vraag is mate van artrose in het kniegewricht (= gonartrose).

 

Techniek

Wanneer gevraagd wordt naar een eventueel fractuur dient, zoals bij elke conventionele opname, de knie in minstens twee richtingen afgebeeld te worden. Een standaard onderzoek bestaat uit een voorachterwaartse opname en een laterale opname. Op indicatie kunnen aanvullende richtingen gemaakt worden. Hieronder worden meest gebruikte onderzoeken toegelicht.

 

AP/PA opname

De voorachterwaartse opname van de knie kan zowel in liggende als staande positie gemaakt worden (fig. 1 & 2). Bij de liggende positie passeren de röngenstralen de knie van anterior naar posterior (= AP opname). Een alternatief voor de liggende opname is de staande AP-opname. De knie is volledig gestrekt en wordt met 10° vanuit craniocaudaal ingeschoten. Daarnaast kan er ook gekozen worden voor een staande posterior–anterior opname (= PA opname), ook wel bekend als de Rosenberg methode. Bij de Rosenberg methode dienen de knieën 45° geflecteerd te zijn (fig. 2).
Staande opnames hebben, t.o.v. de liggende opname, het voordeel dat ze door de extra belasting op het kniegewricht gevoeliger zijn voor het detecteren van gewrichtspleetversmalling hetggeen veroorzaakt wordt door afwijkingen aan de meniscus en kraakbeen (zie ook onderdeel Pathologie)

X-knie: techniek liggende AP opname.

Figuur 1. Techniek liggende anterior – posterior (AP) opname. 

X-knie: techniek staande PA opname (Rosenberg methode) en AP opname.

Figuur 2. Techniek staande posterior – anterior (PA) opname en staande anterior – posterior (AP) opname.

Laterale opname

De laterale opname wordt in liggende positie gemaakt met de knie in 30° flexie. De röntgenstralen passeren het kniegewricht van mediaal naar lateraal (fig. 3).

X-knie: techniek laterale opname.

Figuur 3. Techniek laterale opname van de rechter knie (mediolaterale projectie).

Bij een goede laterale opname projecteren de mediale en laterale femurcondyl over elkaar heen en is het patellofemorale gewricht vrij geprojecteerd. Indien nodig kunnen oblique opnames verkregen worden door de knie vanuit de neutrale liggende positie te exoroteren (= laterale oblique opnmae) of te endoroteren (= mediale oblique opname). In traumasetting kan voor het aantonen van een lipohemartrosis (zie onderdeel Pathologie) de standaard laterale opname vervangen worden voor een opname met een horizontale stralenbundel. De knie is hierbij volledig gestrekt en de röntgenstralen zullen de knie van lateraal naar mediaal passeren (fig. 4).

X-knie: techniek laterale knie opname met een horizontale stralenbundel.

Figuur 4. Techniek laterale knie opname met een horizontale stralenbundel.

Axiale opname

De axiale opname wordt ook wel de sunrise opname genoemd en geeft informatie over het patellofemorale gewricht. Daarnaast kan patella pathologie (m.n. fractuur & subluxatie/luxatie) aangetoond worden. Er zijn meerdere technieken om een axiale opname te maken van de patella. Een veel toepaste techniek is de infero-superieure projectie. De patiënt ligt op de rug en flecteert m.b.v. een hulpstuk de knie tot 40-45° (fig. 5).

X-patella: techniek axiale opname.

Figuur 5. Techniek axiale opname (infero-superieure projectie). De röntgenplaat wordt vastgehouden door de patiënt.

Tunnel opname

Bij de tunnel opname wordt de intercondylaire fossa vrij geprojecteerd. Het wordt hoofdzakelijk gebruikt om een corpus liberum of osteochondraal defect aan te tonen (zie onderdeel Pathologie). Er zijn meerdere technieken om een tunnel opname te maken. Een veel gebruikte techniek is de axiale projectie. De patiënt ligt op de rug en flecteert m.b.v. een hulpstuk de knie tot 40-45° (fig. 6). De röntgenstralen maken een hoek van 90° met het onderbeen en passeren de knie van anterior naar posterior.

X-knie: techniek tunnel opname.

Figuur 6. Techniek tunnel opname (axiale projectie).