Indicatie/techniek

De voornaamste reden om een schouderfoto te maken is te kijken of er sprake is van een fractuur. Daarnaast kan de opname informatie geven over de stand van het schoudergewricht, eventuele botafwijkingen (o.a bottumoren) en afwijkingen in de weke delen (denk met name aan verkalkingen in de rotatorcuff spieren). Veel ziekenhuizen hebben hun eigen protocol wat betreft het afbeelden van de schouder.

 

 

Een standaard opname bevat normaal gesproken altijd een anteroposterieure (AP) opname (fig 1). Deze kan gemaakt worden in endorotatie of in exorotatie.

Techniek X-schouder onderzoek; endorotatie en exorotatie opname.

Figuur 1. Anteroposterieure (AP) opname. a. Positionering. b. opname in endorotatie. c. opname in exorotatie.

Vervolgens is er o.a een optie tot een Y-opname (= scapulolaterale opname), een axiale opname (arm in 30 graden abductie), en een apicale oblique opname (AP-opnamerichting waarbij de stralenbundel 45 graden cranio-caudaal is gericht).

X-schouder; techniek Y-opname.

Figuur 2. Positionering (a) bij een Y-opname (b).

X-schouder; techniek axiale opname.

Figuur 3. Positionering (a) bij een axiale-opname (b).

X-schouder;  techniek apicale oblique opname.

Figuur 4. Positionering (a) bij een apicale oblique opname (b).

Elke opname heeft zijn voor- en nadelen. Zo zijn de axiale opname (fig. 3) en de Y-opname (fig. 2) goed voor het detecteren van luxaties. Op de axiale richting zijn tevens het glenoïd en de humeruskop goed beoordeelbaar. Een groot nadeel is de abductie die de patiënt moet maken (m.n. bij de axiale opname), deze kan pijnlijk zijn in een traumasetting. De Y-opname wordt als minder pijnlijk ervaren, maar daar staat tegenover dat kleine glenoïd/humeruskop fragmenten gemist kunnen worden. De apicale oblique opname (fig. 4) heeft als voordeel de Hills-Sach laesies en glenoïd fracturen goed te detecteren (zie onderdeel Luxaties). Plus, deze opname wordt over het algemeen als niet-pijnlijk ervaren.

 

Acromioclaviculaire (AC) opname

Het AC-gewricht wordt anterior-posterior afgebeeld. De stralenbundel is caudo-craniaal gericht en kan variëren van 10-15° tot 30-45° (fig. 5).

Techniek acromioclaviculaire (AC) opname.

Figuur 5. Positionering (a) bij een 10 graden acromioclaviculaire (AC) opname (b).