Indicatie/techniek

Het is aan te raden vóór het doornemen van deze module de module X-thorax te lezen. Hierin wordt de basis techniek, anatomie en pathologie van thoraxfoto’s besproken.
In deze module wordt met name ingegaan op de positie van de beademingstube en geplaatste lijnen. 

 

De thoraxfoto is een veel aangevraagd onderzoek op de intensive care. Niet alleen om het longbeeld van patiënten met bijvoorbeeld een pneumonie of pleuravocht te vervolgen, maar ook om de positie van een beademingstube en geplaatste lijnen te controleren. In de module X-thorax heb je kunnen lezen over de verschillende richtingen waaruit een thoraxfoto kan worden gemaakt. Omdat patiënten op de intensive care beperkt mobiel zijn worden thoraxfoto’s hier altijd in voor-achterwaartse richting (AP) gemaakt in liggende of halfzittende houding (fig. 1).

 

 

Ter herhaling:

  • Bij het maken van een röntgenfoto zal een bundel röntgenstralen vanuit de röntgenbuis het lichaam passeren en terecht komen op een fosforplaat/detector. De witheid (= densiteit) is afhankelijk van de hoeveelheid röntgenstralen die het weefsel passeert. Hoe meer de röntgenstralen worden tegengehouden (absorptie of verstrooiing) en niet op de fosforplaat/detector terechtkomen, hoe denser (= witter) het beeld. Weefsels met een hoog absorptievermogen, zoals metaal, zullen als dens afgebeeld worden. Een ander voorbeeld: röntgenstralen zullen de luchthoudende longen (zwart) gemakkelijker passeren dan het bot (wit).
  • Het is belangrijk om te weten is dat de röntgenbundel een divergerende eigenschap heeft. Dit houdt in dat deze steeds breder wordt naarmate de afstand tot de röntgenbuis toeneemt. Het nadeel hiervan is dat weefsels/structuren die ver van de plaat verwijderd zijn groter worden afgebeeld op de plaat. 
Techniek AP opname in zittend positie.

Figuur 1. Techniek AP opname in zittend positie.

Hoofdstuk inhoud
0% voltooid 0/1 stappen