Indicatie/techniek

Het X-thorax onderzoek is het meest aangevraagde onderzoek op de afdeling radiologie. Een belangrijke indicatie is uitsluiten/aantonen van longpathologie (o.a. overvulling, pneumonie, pneumothorax). Daarnaast kan iets gezegd worden over ingebrachte lijnen en tubes (diepe veneuze lijnen, tracheatube, maagsonde), het hart/de vaten (cardiomegalie, aneurysma), het mediastinum (lymfadenopathie), de ribben/wervels en de weke delen (subcutaan emfyseem).

 

Bij het maken van een röntgenfoto zal een bundel röntgenstralen vanuit de röntgenbuis het lichaam passeren en terecht komen op een fosforplaat/detector. De witheid (= densiteit) is afhankelijk van de hoeveelheid röntgenstralen die het weefsel passeert. Hoe meer de röntgenstralen worden tegengehouden (absorptie of verstrooiing) en niet op de fosforplaat/detector terechtkomen, hoe denser (= witter) het beeld. Weefsels met een hoog absorptievermogen, zoals metaal, zullen als dens afgebeeld worden. Een ander voorbeeld: röntgenstralen zullen de luchthoudende longen (zwart) gemakkelijker passeren dan het bot (wit). De ontvangen informatie op de plaat wordt omgezet in een digitaal beeld, in dit geval de X-thorax.

  • Elke X-thorax wordt beoordeeld alsof je voor de patiënt staat; dus de rechterkant van de foto betreft de linkerzijde van de patiënt en vice versa. 
  • Belangrijk om te weten is dat de röntgenbundel een divergerende eigenschap heeft. Dit houdt in dat deze steeds breder wordt naarmate de afstand tot de röntgenbuis toeneemt. Het nadeel hiervan is dat weefsels/structuren die ver van de plaat verwijderd zijn groter worden afgebeeld op de plaat.